De Sakko-prijs voor Kunsten en Letteren 1995 is toegekend aan het echtpaar

Jan Walraven en Loes van Langerak

1
2
3
4
1/4 
   

vanwege hun uniek, gedurfd en idealistisch initiatief, een prachtig priv.-concertzaaltje, genaamd ‘In den Wouwdfluit’, aan hun huis te bouwen. Met grote financiële offers, en met een bewonderenswaardige bezetenheid hebben zij hiermede in het West-Brabantse een hoogwaardige gelegenheid geschapen, waar menig muziekliefhebber kan genieten van
concerten van hoog niveau, door zowel binnen- als buitenlandse gerenommeerde musici, als ook van jong regionaal talent. Hiermede leveren zij, wars van eigen baten, een hoogwaardige muzikale bijdrage van artistiek niveau aan het culturele leven in het Markiezaat van Bergen op Zoom.

Bergen op Zoom, november 1995
 
Toespraak Jan Walraven en Loes van Langerak:

Geachte familie, vrienden en belangstellenden voor de prijswinnaars.

Het is vandaag “d’n ellufde van d’n ellufde”, zijnde de traditionele datum voor de opening van de Bergse Vastenavend-viering.
Nieuwsgierig naar wat de alom geprezen en zeer omvangrijke Encyclopedie van Noord Brabant over Vastenavend weet te vertellen, nam ik het zoveelste deel ter hand en vond het volgende. Ik citeer: “Vastenavend. Wordt in Noord Brabant gevierd aan de vooravond van de vastentijd. Jongelui- let wel: geen oudere ! – gaan verkleed en gewapend met een rommelpot langs de huizen, al zingende: Vrouwke, ’t is Vastenavend, we komen niet thuis voor ’t avond is, geef me ’n appel en ’n peer, ik kom ’t hele jaar niet meer”. Aldus de Encyclopedie van Noord Brabant. Wij doen het hier in Bergen dus helemaal verkeerd !

Maar wat we hier wel goed doen is, dankzij Sakko, het jaarlijks, en vandaag voor de 15e maal, toekennen van een cultuurprijs voor Kunsten en Letteren. En die gaat dit jaar naar het echtpaar Jan Walraven, organist en Loes van Langerak, zangeres, scheppers van een magnifiek concertzaaltje, genaamd “In den Wouwdfluit” in hun woonplaats Wouw.

Als voorzitter van de jury is het mijn taak, de verkiezing van de prijswinnaars 1995 hier te motiveren.

Zo’n selectie is niet eenvoudig. Kunsten en Letteren beslaan een breed gebied. De jury gaat uitermate zorgvuldig te werk. Het vereist veel oriëntatie en onpartijdige en zorgvuldige afweging. Maar ik mag concluderen, dat de imponerende lijst van voorgaande 14 uitverkorenen vandaag uitgebreid gaat worden met een echtpaar, dat een bijzondere en rijke bijdrage levert aan het cultureel gebeuren in onze naaste omgeving.
En al is hun woonplaats Wouw, en dus binnenkort Roosendaal, Wouw zal ten eeuwigen dage behoren tot het gebied dat de Sakkoprijs begrenst, n.l. het historisch Markiezaat van Bergen op Zoom. 
 
Ik stel graag de prijswinnaars aan u voor.
Eindelijk hebben we er een vrouw bij en daar begin ik dan ook mee.
Loes van Langerak, geboren te Wormerveer, studeerde na haar opleiding voor onderwijzeres, solozang te Amsterdam.
Overdag voor de klas, ’s avonds studeren en, als vijfde uit een gezin met
8 kinderen, zelf betalen. Ze zong één jaar in het koor van de Nederlandse Opera, ook, gecombineerd met het fameuze Nederlands Kamerkoor, onder Felix de Nobel.
Ze vervolgde haar zangstudie bij Jo Bollekamp in Rotterdam en bij Erik Werba in Wenen, waar zij voor de Oostenrijkse radio Schuman’s Frauenliebe und Leben vertolkte. Haar repertoire omvat Oratoria en Passionen en het romantische lied. Ze treedt regelmatig op in binnen- en buitenland, veelal in combinatie met haar echtgenoot, en ze heeft de leiding over het kinderkoor “De Kerkuiltjes” van de Lambertuskerk te Wouw. Intussen volgde zij een vakantiecursus Algemeen Vormend Muziekonderwijs van het Gehrels Instituut te Driebergen. Onder de cursisten bevond zich ook ene Jan Walraven.
En zo is ’t gekomen.

Jan, (Johannes Jozefus) Walraven is geboren in Roosendaal, waar hij aan de muziekschool pianoles kreeg van Nel van Buijtenen. De witte paters, die in Roosendaal nogal stijf waren, imponeerden hem zo, dat hij naar het seminarie in Sterksel ging. Al spoedig bleek, dat dát niet zijn bestemming was. Om toch enig verband met het religieuze te behouden, werd hem daar aangeraden, naar de Kerkmuziekschool te Utrecht te gaan, zijnde het beste instituut voor de opleiding orgel en koordirectie, waar o.a. de befaamde organist Albert de Klerk zijn leraar was.
Na zijn studie werd hij leraar aan de Muziekschool te Roosendaal, en organist van –jawel- De Maagdkerk te Bergen op Zoom. Intussen volgde hij een vakantiecursus Algemeen Vormend Muziekonderwijs van het Gehrels Instituut in Driebergen. Onder de cursisten bevond zich ook ene Loes van Langerak.
En zo is ’t gekomen.

Ze trouwden en gingen wonen in de nieuwgebouwde Ferdinand Bolstraat in Borgvliet.
Al pendelend tussen zijn werkzaamheden in Bergen op Zoom en Roosendaal zag Jan, de organist, steeds met begerige ogen de monumentale kerk ik Wouw. Op een gegeven moment trok hij de stoute schoenen aan en stapte naar de pastoor. Toevallig, of het zo moest zijn, was de toenmalige organist, de heer Sauter, aan zijn laatste maanden bezig en werd Jan zijn opvolger.
Nu gebeurde het daar regelmatig dat de pastoor, kennelijk ongeduldig van aard, al tijdens een kort orgeltussenspel, aan zijn preek begon, tot groot ongenoegen van de musicus. Op den duur werd dat Jan zó gortig, dat hij, voor de zoveelste maal verstoord in zijn spel, resoluut beide onderarmen op het toetsenbord van het orgel legde. De hele kerk dreunde bij dit wel zeer ongebruikelijk en oorverdovend slotaccoord. Daarna was het stil. De pastoor ook.

Het leven van een musicus is vol verrassingen. Zo gebeurde het in Italië, in Liverna, waar Jan een concert zou geven, dat het orgel het op het kritieke moment af liet weten. En daar zit je dan.
En, na een repetitie in een kerk in het centrum van Warschau, een grote kerk met 3 galerijen, dat de koster de kerk op slot gedaan had en ze opgesloten zaten. Het volumineuze gillen van Loes bracht geen hulp. Tenslotte vonden ze 2 ladders, waarmee ze, niet zonder levensgevaar, door een raam naar buiten klommen en op de begane grond konden belanden.

De werkzaamheden in Roosendaal en Bergen op Zoom, plus de aanstelling tot organist van de Lambertuskerk te Wouw, gaven de intentie halfweg en dus in Wouw te gaan wonen. Niet zonder strubbelingen met de gemeente Wouw, die de woning wilde slopen, kochten zij het bijzondere, op een redelijke kavel staande huis Omgang 10 te Wouw.

U weet, ik ben violist. Een voordeel daarvan is dat je je gereedschappenkistje overal mee naar toe kunt nemen, in schrille tegenstelling tot het lot van een organist. Ik herinner me bijvoorbeeld dat, toen ik pas kort op les was, de geluiden die ik toen produceerde, nog niet bepaald de verwachting wekten dat ik ooit op het podium terecht zou komen. Dus moest ik vaak mijn toevlucht nemen tot andere duistere ruimten in het huis, waarbij mijn voorkeur uitging naar het kleinste kamertje, want daar klonk het zo lekker.

Evenwel vaak tot groot ongenoegen van huisgenoten, zie zich voor een volkomen andere bezigheid dan de mijne in het onderhavige kamertje af wilden zonderen.

Ik zei het al, zo iets is organisten niet gegeven. Pijporgels staan niet in toiletten, die staan in kerken. En daar kun je ook niet zomaar binnen. Jan zat ermee. Er resteerde maar één mogelijkheid, zelf een orgel kopen en thuis wegzetten. Aldus geschiedde. Al snel bleek echter dat het instrument, zowel qua omvang als qua aantal producerende decibels toch wel ietwat groot was voor de huiskamer. En ook hier resteerde maar één mogelijkheid: een grotere ruimte aan het huis bouwen. Al spelende met deze gedachte rijpte langzamerhand een groter plan. Als we dan toch gaan bouwen, waarom dan niet meteen een zaaltje, waar we niet alleen fijn kunnen studeren, maar ook de Wouwse gemeenschap en omgeving van tijd tot tijd muzikaal kunnen bedienen. Het kostte dan wel veel geld, maar als musicus ben je nu eenmaal idealist. Zijn echtgenote schaarde zich spontaan achter het idee en zo verrees aan de Omgang 10 te Wouw een prachtig cultuurtempeltje.
20 Meter lang en 8 meter breed, met podium, 80 stoelen, koffiebar, toiletten voor het publiek, dat op 1 oktober 1978 door burgemeester Sanders van Wouw geopend werd. Het kabinetorgel kreeg later gezelschap van een zeer fraai mechanisch pijporgel met 2 klavieren, een vrij pedaal, en 18 registers en versierd met een 4-tal bijzonder mooi vergulde en geëmailleerde ornamenten, Vlaamse altaarstukken van rond 1700, in het front ingebouwd en een vleugel.

Al spoedig bleek dat het echtpaar, in hun idealisme, zich niet alleen een berg werk op de hals haalde, zoals het organiseren van concerten, het selecteren en contracteren van musici, programma’s laten drukken, invitaties verzenden, etc. etc., maar ook financieel in de verdrukking kwam.
Dan gaan we een aantal jaren maar niet op vakantie, was de nuchtere oplossing.
Opvallend was echter de weerklank bij musici die ze contracteerden. Die waren allemaal verrukt, zowel van de sfeer als van de acoustiek. En nu is het zo dat ze als het ware in de rij staan om daar te mogen optreden.
En ook het publiek, tot uit de wijde omgeving, heeft de zaal ontdekt.

Nog een ander initiatief van Jan is vermeldenswaardig. Hij was organist van de monumentale Lambertuskerk in Wouw, maar het orgel daar stond in geen enkele verhouding tot de fraaie en luisterrijke kerk. Op den duur werd het zo’n ergernis voor hem, dat hij stopte als organist en beloofde terug te komen als er een nieuw orgel zou staan. Tegelijk richtte hij met enkele anderen een orgelfonds op en zie, nú staat er in de Lambertuskerk een prachtig orgel en zit Jan er weer achter.

Intussen toont de geschiedenis van “In den Wouwfluit”, zoals de concertzaal heet, een imponerende lijst van gerenommeerde solisten uit zowel binnen- als buitenland, allen van uitzonderlijk niveau. Ik noem u enkelen.
De beroemde Argentijnse pianiste Eliane Rodrigez, de fameuze Nederlandse bariton Bernard Kruyssen, Marien van Staalen, solo-cellist van het Rotterdams Philarmonisch Orkest, Victor Liebermann, concertmeester van het Concertgebouw Orkest.
Terwijl het echtpaar ook de deur wijd open zet voor aanstormend jeugdig muziektalent uit de regio, om podiumervaring op te doen.
En ook schoolconcerten behoren tot de programmering.
En dit alles uit een privé-initiatief, niet met het voorop gezette doel er financieel beter van te worden, maar puur idealistisch om de gemeenschap muzikaal van dienst te kunnen zijn en een culturele witte vlek in hun woonplaats op te vullen.

Ook zij zelf treden er regelmatig solistisch op. Maar ook elders in binnen- en buitenland laten zij zich horen, o.a. in de Chiesa di Vivaldi in Venetië, in Rome, in Polen en in het verre Amerika.

Het mag dan geen verwondering wekken dat de jury, gegeven al het voorgaande, geconcludeerd heeft, dat de prijs 1995 toegekend behoort te worden aan het echtpaar Walraven, gezien haar grote verdienste van haar belangenloze activiteit, en wel op een uitzonderlijk hoog artistiek niveau, ten faveure van het concertgebeuren in onze omgeving.

Daarom komt de prijs in 1995 terecht aan hen toe.

De voorzitter van de jury, De directeur van Sakko b.v.