De Sakko-prijs voor Kunsten en Letteren 2006 is toegekend aan

Janno den Engelsman

1
2
3
4
1/4 
   

 

vanwege het imponerende muzikale oeuvre dat hij zich op jonge leeftijd heeft meester gemaakt. Zowel in de regio als nationaal en internationaal, laat Janno met grote begaafdheid van zich horen. Hij toont daarbij een grote liefde voor de ambachtelijk gebouwde, soms monumentale en antieke instrumenten. Vanuit deze liefde ondersteunt Janno de restauratie, bouw en instandhouding van diverse instrumenten en als het Bergen op Zoom betreft doet hij dat volledig belangeloos. Voorbeelden daarvan zijn de ondersteuning van de orgelbouw in de ontmoetingskerk en de grote restauratie van het Ibach-orgel in de Sint Gertrudiskerk, beide in Bergen op Zoom. Begiftigd met een rijk muzikaal talent en een aangeboren dispositie voor het bespelen van toetsinstrumenten, ondersteund door een niet aflatend streven naar technische beheersing en muzikale perfectie, draagt hij de naam van zijn geboortestad op bijzondere wijze naar buiten en is aldus een waardig exponent van het rijke culturele leven van het Markiezaat en van Bergen op Zoom in het bijzonder.

Bergen op Zoom, 11 november 2006

 

Toespraak Janno den Engelsman, 11 november 2006

Vriendinnen en vrienden van de Sakko Cultuurprijs.

Het is mij, zoals elk jaar weer, een aangenaam genoeg hier voor U te staan om aan U de laureaat van dit jaar te mogen voorstellen.

Janno den Engelsman, organist, klavecinist en (zo’n beetje) beiaardier.

Hij is geboren en getogen in Bergen op Zoom, en, eigenlijk, echt groot geworden buiten onze stad. Zelfs een beetje buiten ons gezichtsveld.

We hebben er hier in Bergen misschien niet zo’n erg in gehad, maar Janno heeft een indrukwekkend CV opgebouwd van binnengehaalde diploma’s, van opleidingen, zowel in het binnen- als het buitenland, gewonnen prijzen, goed verlopen concoursen en concertseries, cd opnames en noem maar op.

Hij loopt er niet mee te koop, is eigenlijk te bescheiden, ook voor dit soort dingen, en daarom pakken we toch maar eens goed uit. Een bescheiden mens dus. Ik heb wel eens gehoord dat jij je alleen op je gemakt voelt tijdens het musiceren, dat je je dan goed laat kennen, maar musiceren, dat is nou net het enige wat er niet van zal komen.

Janno komt uit een goed protestants milieu. En daar hoort kerkgang bij. En natuurlijk ook lange preken. Protestantse kinderen weten altijd precies hoeveel lampen er in een kerk hangen en hoeveel ramen er zijn. Dat geeft wat te doen en Janno was niet anders. Maar hij wist ook precies hoeveel pijpen er in het orgelfront zaten. Als kind had dat al zijn aandacht en ik heb begrepen dat hij thuis zelfs van lego orgelfrontjes zat te bouwen.

Al vroeg begon je met orgellessen, hier bij de muziekschool. En thuis is het dan maar behelpen met zo’n elektronisch instrument dus probeerde je ook snel ergens toegang te krijgen tot een kerk waar je eens echt goed het stof uit de pijpen kunt blazen. Zo kwam je terecht in diverse kerkgebouwen, o.a. in de kerk van de Goddelijke Voorzienigheid en ging je al op 14 jarige leeftijd kerkdiensten begeleiden in het ziekenhuis Lievensberg. Daar leerde je veel over liturgie, niet de protestantse, maar de katholieke liturgie. En, zoals bekend, daar zit iets meer muziek in.

Toen in 1988 het grote Ibach-orgel van de Maagdkerk was overgeplaatst naar de St. Gertrudiskerk was Janno daar ook te vinden, op zaterdagmiddag. Daar zat nog een leuke constructie aan vast. Even voor de burgemeester: de gemeente had een beetje meebetaald aan de verhuis, op voorwaarde dat leerlingen van de muziekschool op het orgel mochten spelen. Zo gingen de belangen van de kerk en het algemene belang hand in hand. Misschien is er in de onderhandelingen over de subsidiehoogte voor de restauratie ook nog wat extra’s te bedenken op deze manier. Dat U elke maand gratis het Merck toch hoe Sterck mag spelen of zo.

Niet alleen speelde Janno als 15 jarige dus op zaterdagmiddag op de grote orgel: ook ging hij een cursus kerkmuziek volgen bij Hans Smout. Een periode die door mensen die dat hebben meegemaakt wordt beschreven als aandoenlijk. Daar zat dat opgeschoten ventje van nog geen 20 jaar tussen al dat kerkelijke volk, waar je geen 20-ers, geen 30-ers en zelfs bijna geen 40-ers tegenkwam. Je werd er erg bemoederd door al die kerk-tantes. Zelf zeg je nu dat je in die tijd misschien wel een merkwaardig jongetje was, maar je ontwikkelde jezelf wel alle kanten op en dat is eigenlijk heel knap om die ruimte te zoeken en te vinden. Niet alleen over de muren heenkijken van de protestantse orgelmuziek richting de RK kerkmuziek, maar ook, zeker toen je in Rotterdam op de muziekhavo kwam, richting elke denkbare muzieksoort en elk denkbare instrument.

Je kreeg in Rotterdam ook veel contacten met ander musici, ook beoefenaren van heel andere muzieksoorten en stijlen. Je ouders hebben die ontwikkeling bij jou altijd gestimuleerd, zoals je zelf hebt gezegd, en ze zijn er zelf ook door gegroeid en dat is erg leuk natuurlijk.

Maar je bleef wel trouw aan het pijporgel, en je pakte er ook nog twee instrumenten bij: klavecimbel / spinet en de beiaard. Je specialiseerde jezelf naast kerkmuziek in barokmuziek, in de muziek van romantiek en in de vroege Italiaanse muziekstijlen. Een cursus in Bologna, ja, wie wil dat nu niet. Nergens zijn de orgels ouder en soms ook krakkemikkiger dan in Italië.

Je had ondertussen ook een bijzondere interesse ontwikkeld voor oude instrumenten, dus dat kwam goed uit. Je zegt zelf hierover dat je een soort ontdekkingstocht hebt mogen maken door de wereld van de muziek. Ondertussen ging je steeds vaker concerten geven, zowel solospel als ook als begeleider van koren en orkesten. En je voelt je in beide metiers thuis.

Ik moet even aan U vertellen dat het vlugger gezegd is dan gedaan, ergens een concert spelen. U denkt: je oefent goed en dan ga je achter zo’n ding zitten, maar zo werkt het niet.

Natuurlijk moet je technisch een muziekstuk in je vingers hebben, maar er is meer.

Orgels zijn overal anders en de ruimten waar ze in staan ook. Elk orgel heeft een eigen serie knoppen, registers. En elke orgelbouwer en elke orgelbouwperiode heeft eigen klankkleuren en karaktertrekken.

Voordat je dus achter een instrument ook maar iets kunt presteren zul je het instrument in de eigen ruimte moeten ontdekken, moeten leren kennen. Je moet dus beginnen met spelen alsof je zelf toehoorder bent. Wat doen die klanken, hoe werken combinaties van registers uit op elkaar, in die specifieke ruimte. Hoe groter de instrumenten hoe gecompliceerder de besturing. En Janno heeft altijd ook nog een extra handicap …… zichzelf ……. Hij is namelijk een super perfectionist. Ik kan er over meepraten, ik heb eens bij een cd-opname gezeten. Heeeel lang.

Maar op dit punt begint zich wel jouw professionaliteit te uiten. Orgels zijn muzikale machines die een enorme hoeveelheid klankkleuren kunnen maken, maar alleen als ze goed bestuurd worden, bespeeld worden. Niet iedereen kan zo maar met veel succes in de cockpit kruipen van deze, soms heel grote instrumenten die we gelukkig heel veel in Europa hebben.

Dat brengt ons weer bij het Ibach-orgel. Een 19-de eeuws instrument met een vroeg 20-ste eeuwse facelift en ook nog eens in de 60-er jaren van de vorige eeuw modieus gepimpt.

Het klinkt wel, er is geluid genoeg, maar het heeft geen duidelijk karakter meer. Het is van alles een beetje en dus eigenlijk niets.

Janno is zeer enthousiast over een mogelijke restauratie van dit prachtige instrument. Maar tegelijkertijd moet je als gemeenschap die zo’n prachtig instrument bezit, dan ook willen investeren in onderwijs en in het openbreken van het kerkelijke sfeertje rond de orgels. Dat is een beetje de uitdaging aan onze stad.

Ga dingen doen met theater, poppenkast met pijporgel, met pop en jazz, er kan zo veel meer dan we nu doen. Orgel en dans, zoals laatst in Utrecht is gedaan. Orgel en digitale beelden, orgel en allerlei groepen en ensembles. En Janno heeft voor dat soort dingen de professionaliteit in huis. Heel vaak wordt een orgel vooral solistisch gebruikt, maar in de 19-de eeuw werd juist heel vaak samengespeeld met allerlei ensembles of solo-instrumenten. Dat zou bij dit straks weer helemaal karaktervolle 19-de eeuwse instrument dus heel goed passen.

Goed, Janno kan dat allemaal en hij heeft daar ideeën over en daarom zit hij hier.

U begrijpt: Janno is een zeer professioneel musicus, professioneel en creatief uitvoerend musicus. En gelukkig ook erg betrokken, nog steeds, op de Bergse samenleving. Bij de ingebruikname van het nieuwe orgel in de Ontmoetingskerk, enkele jaren geleden, was dat goed te merken. Aan zowel de ingebruikname als de productie van de actie-CD werkte je belangeloos mee. Uit liefde voor je vak en voor onze stad. Ook bij alles wat er gebeurt rondom de Gertrudiskerk, Hortus en het Ibachorgel ben je van harte betrokken.

En ook nu weer een CD, en U weet het, Janno is niet gauw met een opname tevreden. Je hebt er veel werk in gestoken, het is perfect geworden en ook nu weer belangeloos.

Dat mensen hun vak goed verstaan, en als kunstenaar hun vak met perfectie en veel artisticiteit uitoefenen, dat is prijzenswaardig. Dat mensen met hun vak in de samenleving staan is een prijs waardig. En in Bergen op Zoom krijg je die dan ook, de Sakko Cultuurprijs.

Bergen op Zoom, 11 november 2006


Namens de jury,      namens Sakko BV,

Willem Vermeulen,   voorzitter. Peter Etman, Directeur.