De Sakko-prijs voor Kunsten en Letteren 2007 is toegekend aan

Albert Hagenaars

2
3
4
5
6
1/5 
   

 

wegens zijn niet-aflatende inzet voor de literatuur in het algemeen en het opbouwen, in ruim 25 jaar, van een groot, geheel eigen literair oeuvre. Albert Hagenaars is een allround literair kunstenaar: hij schrijft poëzie, proza, kritieken, vertalingen en functioneert tevens als lector van uitgeverij WEL. Ook vervult hij onderwijstaken op het gebied van taalvaardigheid en weet hiermee anderstalige en Nederlandse leerlingen liefde bij te brengen voor de eigen en voor de gezamenlijke taal. De proza en poëzie van Albert Hagenaars beschrijft niet altijd hoe de werkelijkheid is, maar vooral hoe de werkelijkheid zou kunnen zijn of beleefd zou kunnen worden. Albert weegt en waagt woorden, waar en waarover dat maar kan. Vervreemdend en toch dichtbij. Door zijn oriëntering op de meest wijds denkbare horizonten zet Albert Hagenaars poorten open naar andere werelden. De interculturele samenleving ziet hij als winst. Met dit naar buiten kijken oefent hij zijn lezers om ook weer naar buiten te kijken. Zo ontdekt de krab zijn of haar krib. Met dit alles levert Albert Hagenaars een onmisbare bijdrage aan het literaire en culturele leven van stad en land van Bergen op Zoom.

Bergen op Zoom, 10 november 2007

 

Toespraak Albert Hagenaars, 10 november 2007

Vriendinnen en vrienden van de Sakko Cultuurprijs.

Het is mij, zoals elk jaar weer, een aangenaam genoeg hier voor U te staan om aan U de laureaat van dit jaar te mogen voorstellen. Albert Hagenaars, geboren en getogen in deze stad, gevormd, tot op de dag van vandaag, in de hele wereld, taalkunstenaar.

Albert is opgegroeid in het gebied rond het Bolwerk, daar waar de kerk stond van de Heilige Martelaren van Gorkum en de Aloysiusschool. Kerk en school en het dagelijkse leven stonden dicht bij elkaar. Natuurlijk zat je op het jongenskoor en hoorde je het Latijn aan van de priester en de kapelaans. In die setting ontwikkelde zich jouw taalgevoel, ook poëziegevoel. Via de liturgie en de ruimte die er was om daar zelf wat in mee te doen. Via ook de beroemde beatmissen uit die tijd. Stoeien met taal en vertalingen.

Taalgevoelig, toen al, maar toch ben je je op de middelbare school meer gaan ontwikkelen in de richting van de beeldende kunsten, schilderen en tekenen, misschien ook wel mede door de bezieling die je van jouw toenmalige leeraren ontving, de heren Gieles en Sanders.

Je was puber in de jaren 60 De tijd dat het normaal was om alles wat normaal is als uiterst abnormaal en zeer bedenkelijk te behandelen.

Ook de tijd dat je als 16 jarige het normaal vindt om langs de weg te gaan staan en te gaan liften. Niet naar Roosendaal of Breda of zo, maar door Europa heen. Antwerpen, Brussel, en Parijs natuurlijk, alles wat hier niet was, was daar wel. Zo begon je over de muren van je geboortestad heen te kijken.

Er is bij jou altijd een soort wisselwerking gaande tussen deze stad, Bergen en op Zoom, en de rest van de wereld. Je vertrekpunt en je focuspunt. Zelf zei je tegen mij: dit is toch een geweldige stad. Je stapt de deur uit en je stapt zo een geschiedenisboek binnen ….. stenen bladzijden waar je doorheen kunt lopen. Maar ook zei je: er is zoveel meer dan Bergen op Zoom. Mensen denken hier dat ze alles hebben, maar als je op de fiets stap en je rijdt een uurtje, Antwerpen is al buitenland en echt heel anders en daar zit je zo.Na de middelbare school volgende taalstudies. Nederlands en Frans. Het reizen bleef en werd soms verblijven.

Je veroverde jouw wereld door steeds grotere kringen rond Bergen op Zoom te verkennen en je veroverde tegelijk daarmee je kunstbeoefening. Verschuivende horizonten. Je hoort en ziet het terug in je werk. Wat je ook terugziet en terughoort in jouw werk is het thema van de liefde. En soms is het ook weer de liefde die jouw horizon doet opschuiven. Je hebt allerlei landen bezocht en soms een poosje bewoond, maar in Indonesië ben je echt wel neergestreken. De liefde kleurt je leven en daardoor ook weer je werk.

Door te reizen relativeer je wat je al weet. Dat kan ook een soort vervreemding met zich meebrengen en juist dat geeft je dan weer een thema om over te schrijven of te dichten.

Je bent voortdurend bezig met teksten op papier te zetten. Van een collega-dichter hoorde ik dat je uitzonderlijk lang met je teksten blijft stoeien. Telkens er aan schaven en bijsturen tot het helemaal perfect is ….. Nou, dat doen wel meer mensen in jouw vak zo, maar er zijn er maar weinig die al die eerdere pogingen ook nog bewaren ….. Je hebt alles nog …. Van je vroegste periode, toen het heel celebraal toeging, vroege pogingen tot objectiveit, de wereld verbeterend, tot het werk van nu ….. veel meer synthese; strak en persoonlijk.

Hoewel je je aanvankelijk dus wat meer richting schilder- en tekenkunst hebt ontwikkeld, en ook een Galerie hebt opgezet, ben je eigenlijk altijd blijven schrijven en dichten. Op een gegeven moment is dat je hoofdbezigheid geworden. Inmiddels is er een respectabele hoeveelheid gedichten uit jouw pen gevloeid en in bundels verschenen. Maar er is ook proza, je schrijft boeken, kritieken en recensies, je bent betrokken bij het uitgeven van teksten van anderen, je verzorgt vertalingen.

Al deze taken zijn in een soort balans met een andere belangrijke taak: onderwijs geven. En je doet dat het liefst aan mensen, jongeren, met een andere culturele bagage. Het levert jou meer op dan het honorarium alleen. Je staat hierdoor namelijk ook midden in die veel grotere wereld. Multi-culturaliteit is een van die andere rode draden in je werk naast het onderwerp van de liefde.

Als mens ben je bescheiden. In hoe je je voordoet, in de dagelijkse omgang. Je hebt niet eens een deurbel die het doet. Toen ik jou vroeg waarom je schrijft zei je: omdat het moet. Heel eenvoudig. Maar als dichter, als schrijver, ben je tegelijk ook heel trots. Aandacht voor je werk doet jou goed.

Als een recensent iets schrijft over "typisch Hagenaars", en dan met de beschrijving: een krachtige, originele beeldspraak in strakke vormen, nou, dan groei je door het dak heen. Taalkunstenaar. Kunst via woorden.

Ook kunst van anderen wil je het licht helpen zoen, door je bemoeienis met uitgeverij WEL. Zelf zeg je over je werk: goede poëzie is poëzie die vragen achterlaat, die een achterland opent. Anders gezegd: als je een goede bundel poëzie hebt gemaakt, dan moet deze niet vergeten worden op het moment dat je het boekje dichtdoet. Het moet nawerken en binnen dat bestek heb je natuurlijk weer duizenden mogelijkheden voor wat goede poëzie zou kunnen zijn.

Jan Wessendorp schrijf in zijn boek hierover: kunst moet niet haar tijd weergeven. Niet datgene wat de dag dient of waar ze onder lijdt moet vorm krijgen: dat manifesteert zich immers al onophoudelijk met eigen symbolen en werktuigen.

Kunst moet verbeelden hoe de tijd zou kunnen zijn, datgene wat boven de dagelijkse dag uitsteekt en haar tevens draagt.

Dat is wat jij probeert met je verschillende literaire kunsten. Alsmaar weer verwoorden wat je bezig houdt en wel op zo’n manier dat het zich boven het dagelijkse uitsteekt en dat het het dagelijkse draagt. Je staat hiermee in een rijke en internationale traditie.

In jouw werk gebruik je nogal eens de metafoor van de stad, welke stad dan ook, waar ook ter wereld. Steden worden gevormd door gebouwen, mensen, tradities, geluiden, de tram die piept, de wind die huilt, een leeg blikje dat rammelend voortrolt en voetstappen die klinken.

In de stad van de kunst klinken jouw voetstappen mee. Voetstappen die richting hebben …… of ze nou weglopen van Bergen op Zoom of weer terug gaan daarheen ….. die gerichtheid op je geboortestad maakt dat jouw werk ook voor haar grote betekenis heeft.

Daarom heeft de jury van de Sakko Cultuurprijs besloten dit jaar de Sakkoprijs voor kunsten en letteren te geven aan Albert Hagenaars


Bergen op Zoom, 10 november 2007.


Namens de jury,       Namens Sakko b.v.,

Willem Vermeulen,   voorzitter. Peter Etman, directeur.

 

 

ZOMERAVOND

 

Nog dichter starend in het metroglas

zie ik lamplicht oplossen in een zachter

schijnen, gangen worden paden in rijke hoven:

 

De buren nog lachend buiten, de vriendjes

spelend in een te verre boomgaard en de dieren

roerloos aan het verroeste prikkeldraad.

 

Een zomeravond die ternauwernood verstrijkt,

waarin treinen vaag van over zee tot diep in

het in zich verzonken land rijden. Die avond

 

herroep ik tot wat hij plots was. De verdonkerde

lucht, de geuren van vochtig kruid. Het kind,

bijna gillend, tussen de naderende heggen.

  

(Intriges)

  

MONTREUIL

 

                                               Voor mijn vader

 

Door de mortel van Montreuil loop ik

een verlaten zondag uit, in de klanken

van een bekende opera denkend aan jou

en je drang naar zee, verre landen.

 

De versie van thuis, door jou zacht mee-

gezongen, overstemt die van hier, schallend

uit schrale kozijnen. En nog verder vouw

ik je vleugels in me open: duizelend

 

aan de kust van Parijs, op een viaduct

over de Périphérique, schommel ik weer

in de loverrijke hof, jij duwend in de diepte,

ik een en al hoogtevrees boven de barakken

 

vol honger van Zuffenhausen en Fellbach,

en hoger nog, tot tussen de zeemeeuwen

van onze geboortestad, krijsend om het witst.

Heimwee, in zwarte zwermen, snerpende aria’s.

 

 

(Spertijd)

  

IN MEMORIAM MATRIS

 

                                               Voor mijn moeder, Corrie Maas (1926-1979)

 

Daar zit je, nu nog voor mij alleen,

in de verte van de tuin, op de lens,

maar als altijd doorzie je me ook nu,

de achterkant van deze laatste foto,

 

het verzilveren van ons streven

in dit nauwelijks waar te nemen

gebaar, waarmee mijn hand zich

om het zwaarder wordend lood klemt.

 

We wachten, op de klik, het om-

klappen van de spiegel in het donker,

het verder woekeren in je vlees, op elkaar.

 

Er is geen afstand, geen vraag, slechts

de breuk in de wind waarin wij ons

nog even schrap zetten, en dan niet meer.

  

(Drijfjacht)

 

 WINTER 2003

 

Takken worden balken in vaders kerststal

op het dressoir en het riet van zijn dak

dat we zwijgend in de polder sneden,

biedt zekerheid voor alle vragen van later.

 

De herders staren naar moeder in de keuken,

als een moeder gelukkig voor vele nieuwe jaren,

onwetend van haar kalmerende kanker die onze

nooit gevoerde gesprekken nog steeds verdiept

 

en de koningen, elk gedreven door eigen angst,

verhalen van een ster maar bedoelen troost.

Het meest weten de beesten; alleen zij nemen

net als het kind waar wat werkelijk voorvalt:

 

hoe uur na uur, eeuw na eeuw, een dunne laag

woestijnzand zich op de kribbe afzet, zand

uit het tweestromenland, rood en plakkerig,

van duizend verlangens en dat ene.