De Sakko-prijs voor Kunst en Letteren 1984 is toegekend aan

 

Kees Booij 

1
2
3
5
1/4 
   

wegens zijn hoogwaardige en fijnzinnige restauratiewerkzaamheden, in het bijzonder aan Het Markiezenhof en de St. Gertrudiskerk te Bergen op Zoom. Steunend op een onmiskenbare deskundigheid en een verfijnde smaak op het gebied van monumentenrestauratie, behept met een onweerstaanbare drang naar intense perfectie en absolute kwaliteit, en geladen met een hechte emotionele betrokkenheid die zijn uitgesproken liefde en eerbied voor historische waarden op subtiele wijze verraadt, levert hij een artistieke en waardevolle bijdrage van bijzondere culturele betekenis aan de herleving van de schoonheid en het rijke verleden van onze goede stad en streek.

Bergen op Zoom, 10 november 1984
 

Toespraak Kees Booij:

Beste vrienden van en belangstellenden voor de prijswinnaar,

Bergen op Zoom is een stad met een rijk en een roemrucht verleden. We vinden dat o.a. terug in ons eigen volkslied, het aloude ‘Merck toch hoe sterck’.

Maar er zijn meer fraaie overblijfselen uit het kleurrijke verleden van onze goede stad. Lopend door het hart van Bergen op Zoom vinden we, naast o.a. het Stadhuis en de Lievevrouwepoort, twee indrukwekkende monumentale bouwwerken uit lang vervlogen tijden, te weten de reusachtige Gertrudiskerk, welks robuuste toren sedert eeuwen mijmerend het dagelijks gebeuren onder zich lijkt gade te slaan, en het majestueuze Markiezenhof in serene rust de praal en de macht van weleer verkondigend.

Helaas krijgt Bergen op Zoom, naast de lusten van dit kostbaar bezit, ook de lasten ervan. Maar het siert ons Gemeentebestuur, dat het zich van zijn verantwoordelijkheid voor het behoud van deze -weliswaar door de tand des tijds danig verwonde- onvervangbare monumenten bewust is en zich grote offers getroost, om ze voor ons en voor het nageslacht te bewaren.

Want, zoals een vleugje vlammend vermiljoen, opgezet met een ampele penseelstreek, bepalend kan zijn voor de expressiviteit van een geheel schilderstuk, zo ook zijn die enkele monumenten bepalend voor de sfeer van ons gehele stadsbeeld. Denk ze weg en Bergen zou Bergen niet meer zijn.

Intussen is de restauratie van kerk en Markiezenhof in een zo ver gevorderd stadium, dat ze nu al, met hun glorie en schoonheid, op overtuigende wijze de kostbare operatie volkomen rechtvaardigen.

Maar, met geld alleen wordt geen cultuur gemaakt. Daarvoor is een vaardige hand en een creatief brein nodig, een fijnzinnig stilist en een hoogwaardig vakman.

Zo iemand hebben wij hier in ons midden. Hij heet, zoals hij zelf zegt, gewoon Kees. Kees met een gewone K en niet met een C. En verder gewoon Booij en niet De Booij, en Booij met een gewone ij met 2 puntjes erop.

En deze Kees Booij krijgt vandaag de Sakkoprijs 1984, een unanieme beslissing van de jury, waarvan ik voorzitter mag zijn en als zodanig deze beslissing hier mag motiveren.

Kees is Brabander en niet alleen in hart en nieren, want ook in z’n maag koestert hij die lichtelijk Bourgondisch aandoende grote genegenheid voor culinaire vreugden, die zovele Brabanders eigen is. Een goede maaltijd, vergezeld van één of nog liever meerdere glazen wijn -jaar en chateau graag een beetje exclusief- en dan als naspel een komkommer van een sigaar, waarvan het inwendige allengskens een stevige as geeft en het dekblad een bijkans witgetinte verbranding vertoont, is aan hem dan ook bepaaldelijk niet verspild !

Zijn Brabantse inslag wordt mede verraden door het intense plezier dat hij heeft in zelf liedjes en voordrachten te maken, hoofdzakelijk voor de familie- en vriendenkring, en deze, toepasselijk verkleed -want dat vindt hij vooral prachtig- zelf voor te dragen.

Dat voordragen deed hij al in zijn jeugd. Zo speelde hij op z’n 10 jaar de rol van ‘hofjonker’ in een toneelstuk bij de broeders in Huijbergen. Hij moet zich dus hier in de Hof-zaal van het Markiezenhof als voormalig hofjonker zeker thuis voelen.

Jammer genoeg sloeg hij in het 1e bedrijf een dermate aanzienlijk stuk over, dat het reeds na luttele minuten afgelopen was. Nadat broeder Bernard hem een Bredase ‘lel’ rond de oren verkocht had en het publiek zijn excuses aangeboden had, is het 1e bedrijf opnieuw -ditmaal volledig- opgevoerd.

Normaliter wordt een ‘bis’ aan het einde van een voordracht gebracht. Kees verrichtte dus reeds op 10-jarige leeftijd baanbrekend werk door ermee te beginnen.

Maar, laten wij beginnen bij het echte begin.

Kees Booij is geboren in Breda en wel op 19 januari 1934. Hij is op één na de oudste uit een gezin van welgeteld 7 kinderen. Zijn vader was schilder, decorateur en nijverheids-onderwijsman. Na mulo A en B en Ambachtschool timmeren en metselen, werkte hij op verschillende architecten- en bouwbureaus. Hier ligt zijn eerste aanraking met zijn latere specialisme, n.l. bij het opmeten en het bouwkundig documenteren van te restaureren monumenten.

Intussen volgde hij gedurende zes jaar avond- en zaterdagstudie de lerarenopleiding voor bouwkundig nijverheidsonderwijs te Eindhoven. Deze studie werd tijdelijk onderbroken door militaire dienst, welke hij als tekenaar bij het Stafbureau Opleiding en Operatieën van de Genie doorbracht.

Als medewerker van het bekende architectenburau De Wilde te Breda werd hij

-naast nieuwbouwprojecten- al spoedig ingeschakeld bij restauraties, o.a. van de Onze Lieve Vrouwekerk en toren te Breda, de Ned. Hervormde Kerk te Oosterhout en de Ned. Hervormde kerk te St. Philipsland en het Raadhuis met Belfort te Sluis.

Tevens verzorgde hij voor hetzelfde architectenbureau het volledige tekenwerk en de gehele begeleiding van de restauratie aan het Raadhuis en enkele woningen te St. Maartensdijk.

Gelijktijdig was hij betrokken bij de voorbereiding van de restauratie van het Markiezenhofcomplex.

En zo was Kees intussen geheel beland in de schone, doch moeilijke wereld van de monumentenrestauratie.

Intussen voelde hij meer en meer het gemis aan voldoende kunsthistorische achtergrondkennis . Hij loste dat simpel op door 4 jaar kunstgeschiedenis te gaan studeren. In 1963, bij de aanvang van de werken aan het Markiezenhof werd hij daarbij aangesteld als hoofd-opzichter.

In 1967 meldde hij zich bij het Instituut voor Architectuur te Rotterdam om een leemte in de vakvorming, n.l. het architectonisch ontwerpen, op te vullen. Uit deze studie kwam een scriptie voort van de grote Nederlandse bouwmeester Berlage.

Vanaf 1969 werd het bouwdirectieteam van het Markiezenhof ook ingeschakeld bij de restauratie van de St. Gertrudiskerk en Kees werd benoemd tot projectleider van beide grote restauratie-objecten.

In die dagen is er even sprake geweest van vestiging van de muziekschool in een deel van het Markiezenhofcomplex. Ik heb nog enige bouwvergaderingen bijgewoond met de 2 architecten, n.l. Ir. Born, toentertijd dé autoriteit op het gebied van restauratie in Nederland en Ir. De Wilde.

Ik herinner me dat, toen ik voor het eerst beide namen hoorde, me de schik om het hart sloeg. Bom en de Wilde. Dat kon wat worden. Gelukkig waren de namen niet in overeenstemming met hun activiteiten. Integendeel !

Terug naar Kees. Eind 1974 krijgt hij een aanbieding om elders te komen werken. Na een innerlijke tweestrijd, die tot begin 1975 duurt, besluit hij toch om in Bergen op Zoom te blijven. Na het overlijden van architect De Wilde en de liquidatie van het gelijknamige bureau, gaat de Dienst Gemeentewerken van Bergen op Zoom de bouwdirectie voeren over de 2 grote restauratie-objecten.

Kees Booij wordt in 1975 bij deze dienst aangesteld als centrale man, met architect Canneman als supervisor. Zo kan hij daarnaast ook ingeschakeld worden bij de restauratie van de Korenmolen te Nieuw Borgvliet, de voormalige boerderij aan de Dumonsdreef, de panden onder aan het St. Catharinaplein en een aantal andere kleinere werken in de stad.

Intussen wordt het vak bijgehouden via regelmatige deelname aan cursussen van Heemschut, Monumentenzorg, Bouworganisatie etc.

Bij dit alles vindt Kees dan toch nog de tijd om

1. Met zijn echtgenote mede-oprichter te zijn van de Stichting Kermis en Processies en daarin samen actief te zijn.

2. Eerst bestuurslid en nu adviseur te zijn van de Stichting Vrienden van het Markiezenhof en zich daadwerkelijk in te zetten bij de totstandkoming van de grote maquette van Bergen op Zoom, het hemelbed en de waterput-opstand hier op de grote binnenplaats.

3. Vele jaren bestuurslid te zijn geweest van de Stichting ‘Ziekenhuis Lievensberg’, waaraan hij thans nog als adviseur van de verbonden is.

4. Bestuursadviseur van het verzorgingstehuis St. Catharina te zijn en

5. Bestuurslid van de Bergse Operettevereniging en daarbij ook nog

6. regelmatig op te treden als adviseur voor de Goese Monumenten Stichting.

Dit alles beschouwende en daarbij ook nog niet genoemde zaken betrekkende, komt een bijzonder man tevoorschijn, met een aangeboren sociaal gevoel, een permanente bereidheid, om mensen te helpen die een beroep op hem kunnen doen, ook als het eens niet gelegen komt. Dat durft hij dan best te laten merken, maar helpen doet hij.

En ten overvloede zal niemand tevergeefs een beroep op hem doen tot het houden van discussies en lezingen, waarbij hij telkens weer, naast een ongebreideld enthousiasme en grote liefde voor zijn vak, een merkwaardig soort eigentijdse sappige humor demonstreert.

Dat Kees Booij de Sakkoprijs ten deel valt, vindt echter vooral zijn oorzaak in de grote culturele betekenis van zijn werk voor Bergen op Zoom. Het is dan niet zozeer de veelheid, hoewel óók aanwezig, doch vooral de hoge kwalitatieve waarde van zijn werk, dat hem voor onze stad een buitengewone verdienste moet worden toegeschreven. Want, door zijn grote betrokkenheid, zijn drang naar uiterste perfectie, zijn gevoel voor het detail, zijn subtiele smaak en vooral zijn grote artistieke inbreng is hij, naast de gebouwen zelf, medebepalend voor die aparte sfeer, die, lopend door Bergen, niemand kan ontgaan.

Ontegenzeggelijk moeten hier in één adem zijn medewerkers genoemd worden, zonder wier grote vakmanschap de uitvoering, zoals die gebeurt, onmogelijk zou zijn. Immers, onder hun vaardige hand wordt grillige steen tot gewillig materiaal, komt bijna vergeten glorie tot hernieuwde stralende schoonheid.

De jury heeft dan ook duidelijk hen mede betrokken bij de toekenning van deze prijs.

Allen tezamen dragen zij op kunstzinnige wijze bij aan de herrijzing van onze fraaie monumenten, en daarmee aan het behoud van die bijzondere charme van het Bergse stadsbeeld, waaraan niemand ontkomen kan.

Eén is er echter, die het centrale middelpunt is voor wat ons en zeker ook volgende generaties in bewondering doet opzien naar onze aloude monumenten. Dat centrale middelpunt is Kees Booij, gewoon Kees en gewoon Booij, maar een buitengewoon man.

Zijn artistieke en uitermate deskundig werk kan door ons niet genoeg gewaardeerd worden. De prijs komt hem dan ook ten volle toe.

Namens de jury                                Namens Sakko b.v.

 

Harrie Stalpers, voorzitter.              W. van de Boom, directeur